Trekpaarden
Trekpaarden zijn niet weg te denken uit de
samenleving. Zij vormen het kenmerk van
kracht en inzet voor de zware werkzaamheden
die in het verleden vooral in de landbouw
moesten worden verricht en waren een
onmisbare schakel in de voedselvoorziening
van het Nederlandse volk. Daarvan kunnen we
ons nu geen voorstelling meer maken daar in
de landbouw vrijwel uitsluitend machines
worden gebruikt.
Trekpaarden hebben nog een grote
aantrekkingskracht op hen die zich het
gehinnik van paarden op het land nog goed
kunnen herinneren. Ook buitenstaanders, geen
binding met het platteland hebbend, genieten
van de edele viervoeters als zij op
keuringen en tentoonstellingen verschijnen.
Hier vormen zijn met hun in het wit geklede
begeleiders een prachtig schouwspel.
Vooral als hengsten worden gepresenteerd is
het toppunt van kracht aangetreden.
Het Trekpaard vanuit het verleden
De geschiedenis van het Trekpaard laat zich
het best typeren door het begrip
samenwerking tussen mens en dier, waardoor
de ontwikkeling van de samenleving in de
loop der eeuwen stelselmatig is beïnvloed.
De ontwikkeling van het Nederlandse
Trekpaard is gelijk aan die van het
Belgische Trekpaard. Beide vinden hun
oorsprong in hetzelfde uitgangsmateriaal,
het oude inlandse paard dat in de
middeleeuwen werd aangetroffen in de
West-Europese kuststreken van Denemarken tot
in Frankrijk. In de loop der tijden hebben
ook ontwikkeling in de techniek invloed
gehad op de samenwerking tussen mens en
paard. Door die ontwikkeling nam de behoefte
aan lichtere paarden belangrijk toe, maar
men bleef door de jaren heen gebruik maken
en profiteren van het sterke robuuste
Trekpaard. Het is het samenspel tussen de
werkenden mens en het intelligente en
bereidwillige paard geweest, dat ons
Trekpaard in ere heeft weten te houden.
Gebruik van Trekpaarden
Oorspronkelijk waren Trekpaarden in gebruik
als krachtbron in de landbouw. De
ontwikkelingen op het gebied van
motorisatie, mechanisatie en later ook de
automatisering zijn echter zo snel gegaan
dat voor de meeste bedrijven de
paardentractie niet meer van betekenis was.
Dit betekent niet dat door de komst van
machines de liefde voor het paard is
verdwenen. Men wilde de trouwe viervoeters
niet missen en ging zoeken naar
mogelijkheden om ze toch te kunnen blijven
gebruiken. Die mogelijkheden bleken er te
zijn.
Trekpaarden worden voor de fokkerij, of
showdoeleinden gebruikt. Voor alle vormen
van tractie is het dier bij uitstek
geschikt, heeft geen speciale leiding nodig
en is daarbij een voorbeeld van
dienstbaarheid. Onder alle omstandigheden
kan een beroep worden gedaan op zijn grote
trekkracht, het langdurig
uithoudingsvermogen en het opgewekte
karakter. Het Trekpaard is een massaal,
hard, diep, breed, zwaar en goedgelijnd
paard, dat een grote rust uitstraalt. Zij
die de dieren kennen en er mee hebben
gewerkt, hechten er bijzondere waarde aan.
Haflingerpaarden
Haflingers worden sinds 1961 in
Nederland ingevoerd. Na de
tweede wereldoorlog had de
mechanisatie in de landbouw zijn
intrede gedaan, vooral op de
grote bedrijven. Voor de kleine
bedrijven zocht men toen naar
een sobere en doelmatige
krachtbron. Die werd in
Oostenrijk gevonden. Daar
gebruikte men een paardje in de
bergen dat een groot
uithoudingsvermogen had en sober
in onderhoud was; de Haflinger.
Samen met andere paardenrassen
zouden ze een functie moeten
vervullen op het agrarisch
bedrijf, maar de mechanisatie
verliep zo snel dat een
intensief gebruik in de landbouw
geen hoge vlucht heeft genomen.
Wel bleek dat de Haflinger ook
voor vele andere doeleinden kon
worden gebruikt. Bovendien was
de voskleur zeer aantrekkelijk
in combinatie met de lichte
staart en manen. Mede door hun
vriendelijke karakter hebben de
Haflingers zich enorm kunnen
uitbreiden. Wij beschikken nu in
Nederland over een groot aantal
Haflingers die worden gekenmerkt
door kracht,
uithoudingsvermogen, soberheid
in onderhoud, intelligentie en
vooral door braafheid. Het is
een universeel paard dat voor
vele doeleinden inzetbaar is.
Historie
De historie van de Haflinger
gaat terug naar het jaar 1874,
toen het huidige Haflingerras is
gegrondvest. Van voor die tijd
is bekend dat in het vroegere
Oostenrijks Tirol werd gewerkt
met een klein bergpaard.
Doortrekkende ruiters hebben
Arabisch bloed ingebracht
waardoor het ras adellijke
kenmerken kreeg. De combinatie
van de Arabische hengst El
Bedavi XXII met een "Tiroler
Landesstute" bracht een
hengstveulen voort genaamd Folie
249.
Het staatshengstendepot van
Stadl-Paura kocht hem als
vierjarige hengst waarvan alle
Haflingerpaarden de trotse
nakomelingen zijn.
De weelderige witte manen en de
witte staart zijn de specifieke
kenmerken van de Haflinger die
in het begin van deze eeuw als
uniforme eigenschap werden
bereikt. Vijf stamvaders, Nibbio
1920, Willi 1921, Anselmo 1926,
Student 1927 en Massimo 1927,
bepalen in hoofdzaak de
bloedlijnen van de
Haflingerpaarden. In het
stamland spreekt men dan ook van
de N-lijn, de W-lijn, de A-lijn,
de S-lijn, de St-lijn en de
M-lijn. Een aantal jaren geleden
is hier nog de B-lijn aan
toegevoegd.
In 1961 vond de eerste import
van Haflingers in Nederland
plaats. Sindsdien zijn er veel
paarden uit Oostenrijk naar
Nederland gehaald. Bovendien
kennen we in Nederland een
uitgebreide fokkerij van dit
ras. De kwaliteit van de
Nederlandse paarden kan zich
meten met die in het land,
waaruit ze destijds zijn
geïmporteerd.

Gebruik van het ras
Haflingers hebben bewezen voor
veel doeleinden te kunnen worden
ingezet. Het zijn niet alleen
zeer aantrekkelijke dieren, maar
ze zijn ook bereid intens te
presteren. Met het genoegen dat
men aan de Haflinger beleeft, is
het dan ook geen wonder dat het
ras zich enorm heeft uitgebreid.
De Haflinger is sterk en
harmonisch gebouwd, heeft een
vriendelijk karakter, is fraai
gelijnd en sterk gespierd en
heeft als regel vlotte en
correcte bewegingen. Haflingers,
van oorsprong afkomstig uit
Hafling in Zuid-Tirol (Italië),
zijn speciaal gefokt als
universele krachtbron door en
voor de Oostenrijkse
alpenboeren. Het opgewekte
karakter, het grote
uithoudingsvermogen en de
bereidheid tot presteren, zowel
aangespannen als onder het
zadel, maakt het alom tot een
zeer gewaardeerd dier. Deze
gunstige eigenschappen gaan
gepaard met sobere eisen ten
aanzien van voeding en
onderhoud.
(bron: www.kvth.nl)
